Nieuws
‘Verhoog de grens voor openbaar aanbesteden’
Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Overheden dwingen zichzelf vaak tot kostbare en omslachtige openbare aanbestedingen. Terwijl onderhands aanbesteden een verrassend goed alternatief kan zijn.
Openbaar aanbesteden is op papier dé manier om overheidsgeld doelmatig te besteden. Het is transparant en bevordert marktwerking. Maar in de praktijk is openbaar aanbesteden nogal eens een blok aan het been van zowel opdrachtgever als -nemer. Het vergt complexe, bureaucratische procedures. En aan het einde van de rit levert het lang niet altijd de gewenste kwaliteit op. Tijdens het congres ‘Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?’, dat Bouwend Nederland en UNETO-VNI op 8 september organiseerden, bleek dat het prima anders kan.
Als openbaar te kostbaar is
Zoals de naam van het congres aangeeft, wordt er in Nederland vaak onnodig openbaar aanbesteed. De Europese ondergrens voor openbare aanbestedingen van werken is 4,8 miljoen euro, maar 90% van de openbare aanbestedingen in Nederland heeft een opdrachtwaarde van minder dan 1,5 miljoen euro. In de helft van de gevallen is de opdrachtwaarde zelfs minder dan 500.000 euro. “Openbare aanbesteding is in dat geval een te zware en kostbare procedure”, concludeert Joost Fijneman van het Aanbestedingsinstituut. “Als het aan ons ligt, zien we voortaan nog maar de helft van alle aanbestedingen op de kalender.”
Meer grip op aanbestedingen
Het alternatief is onderhands aanbesteden, waarbij de aanbestedende partij zelf partijen selecteert die kunnen inschrijven. Een eenvoudiger én kostenbesparende optie. Als alle opdrachten tot 500.000 euro voortaan onderhands aanbesteed zouden worden, levert dat volgens het Aanbestedingsinstituut alleen al aan de kant van inschrijvers een besparing van 19 miljoen euro op. Ook in andere opzichten biedt onderhands aanbesteden voordelen, zegt Pieter van den Eijnden, directeur van SMI en mede-initiatiefnemer van het congres. “Zonder een verplichte openbare inschrijving kun je het aanbestedingsproces veel beter sturen. Dat geeft overheden bijvoorbeeld de mogelijkheid om betrouwbare, regionale partners mee te laten dingen naar een opdracht. Of om duurzaamheid extra aandacht te geven in de procedure.”
Kwaliteitsprikkel
Het woord ‘partners’ is in dit verband betekenisvol. Bij openbare aanbestedingen komen opdrachtgever en -nemer nogal eens tegenover elkaar te staan, wat volgens Van den Eijnden leidt tot ‘juridisering’ van het bouwproces. “Maar als een overheid veel onderhands aanbesteedt, wordt een goede relatie met de opdrachtnemer belangrijker. Het is dus een sterkere prikkel om goed werk te leveren.” Het Aanbestedingsinstituut noemt het ‘een ongereguleerde vorm van het meewegen van past performance, die ook uitstraalt naar openbare aanbestedingen van dezelfde aanbesteder’. Immers: ‘Inschrijvers weten dat na de openbare aanbesteding ook wel weer een onderhandse zal volgen, waarvoor zij graag uitgenodigd worden.’
Transparant onderhands
Bij opdrachtgevers is men uiteraard niet blind voor deze voordelen. “Maar het vergt vaak een aanpassing van het eigen aanbestedingsbeleid”, zegt Van den Eijnden. “De Provincie Limburg heeft dat bijvoorbeeld gedaan: daar is besloten voortaan àlle aanbestedingen onder de Europese drempel onderhands uit te voeren.” Daarnaast speelt volgens Van den Eijnden vaak mee dat bestuurders niet beschuldigd willen worden van het verkwisten van belastinggeld. Terecht natuurlijk, maar dat betekent niet dat je per se een openbare aanbesteding nodig hebt. “Ook een onderhandse aanbesteding stimuleert marktwerking. En het blijft een zakelijk proces, dat je objectief en transparant kunt organiseren.”



