Nieuws
Willem Hartman: “Belangen behartigen én kennis mobiliseren”
Sinds 1 januari heeft ASTRIN een nieuwe voorzitter. Doorstroom vroeg Willem Hartman (Peek Traffic) naar wat volgens hem de meerwaarde van een brancheorganisatie is én wat de belangrijkste agendapunten voor de komende jaren zijn.
Waarin schuilt volgens u de betekenis van een brancheorganisatie voor verkeerstechniek?
“Onze kerntaken zijn belangenbehartiging voor de leden en het mobiliseren van expertise binnen de branche. Samen kunnen we effectief overleg voeren met opdrachtgevers over bijvoorbeeld standaardisatievraagstukken of over aandachtspunten in de aanbestedingspraktijk. Ook kunnen we samen beter invloed uitoefenen op beleidsvorming en zichtbaar maken wat er op het gebied van betere benutting van wegen mogelijk is – nu en straks. Bijvoorbeeld via onze Innovatietour.”
Daarbij zoekt ASTRIN steeds vaker ook de dialoog met decentrale overheden.
“Klopt, en dat is niet meer dan logisch. De afgelopen jaren zijn provincies en gemeenten steeds innovatiever geworden op het gebied van verkeersmanagement en zich meer en meer op het hele verkeerssysteem gaan richten. Dat zie je aan investeringen in eigen verkeerscentrales, stads-DRIP’s… Daarmee worden we steeds interessanter gesprekspartners voor elkaar.”
Wat zijn volgens u de belangrijkste ontwikkelingen voor de komende jaren?
“We zijn momenteel met het ASTRIN-bestuur een beleidsnotitie aan het opstellen, waarin we de thema’s benoemen die de komende jaren richtingbepalend zullen zijn voor zowel technische als beleidsmatige ontwikkelingen. Het gaat dan over technisch-inhoudelijke ontwikkelingen – uiteindelijk is techniek de core business van onze leden. Maar ook over de veranderende relatie met opdrachtgevers. Wij willen met opdrachtgevers werken aan de ontwikkeling van functioneel aanbesteden. Geen tot in detail uitgewerkte oplossingen meer, maar een probleemomschrijving en vervolgens de markt de ruimte geven om een creatieve oplossing te ontwikkelen.”
Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen op technisch gebied?
“Dan moet je denken aan manieren om DVM in te zetten voor verduurzaming van het verkeer. Aan de integratie van actuele reisinformatie met verkeerstechnologie, en de trend dat verkeerstechnologie steeds meer een geïntegreerd onderdeel van grotere oplossingen wordt. Dat kunnen coöperatieve systemen zijn, waarbij onze technologie communiceert met in car-technologie. Of overkoepelend netwerkmanagement waarin verschillende wegbeheerders samenwerken.”
Wat betekenen zulke ontwikkelingen voor leveranciers van verkeerstechnologie?
“Één consequentie is dat er alleen maar meer behoefte zal zijn aan duidelijke, betrouwbare technische standaarden om communicatie tussen verschillende typen technologie mogelijk te maken. Juist bij onze leden zit de technische kennis die je daarvoor nodig hebt. ASTRIN heeft bijvoorbeeld een belangrijke bijdrage geleverd aan het IVERA-protocol, waarmee communicatie tussen VRI’s en centrales van verschillende leveranciers makkelijker is geworden. En ook aan de grensvlakdefinitie: een universele interface voor ledlampen in VRI’s waar veel praktische problemen in het veld mee zijn opgelost. Op die weg gaan we verder. We werken nu aan een standaard voor dynamische openbare verlichting, in overleg met leveranciers van verlichtingssystemen.”
Vanuit opdrachtgevers is er ook steeds meer aandacht voor universele, open standaarden. Denk aan de wens van Rijkswaterstaat om tot een standaard voor een Universeel Wegkantstation (UWKS) te komen. Hoe beziet ASTRIN dat initiatief?
“We zijn daar nauw bij betrokken. Wij zien daar namelijk ook de voordelen van in. Een open, modulair systeem is eenvoudiger op te bouwen, het geeft de markt meer vrijheid qua technische keuzes. Bovendien kun je met een open standaard onderdelen van wegkantstations eenvoudiger hergebruiken.”
De markt is er dus ook bij gebaat?
“Zeker. En dat geldt in bredere zin voor open standaarden. Ik zie het ook als een belangrijke taak om dat duidelijk te blijven maken, zowel richting achterban als de markt. Klanten zijn er niet bij gebaat als wij allemaal onze eigen standaard creëren en afschermen. Maar wij zelf ook niet. Als je als bedrijf over tien jaar nog wilt bestaan, moet je zoeken naar manieren om je markt te vergroten. En dat is precies wat je met het creëren van open standaarden doet.”



